Alimentatie, procesrecht, alimentatie voor een jong-meerderjarige Moet een jong-meerderjarige werken naast haar studie FJR 2011-11

Essentie

Alimentatie, procesrecht, alimentatie voor een jong-meerderjarige. Het hof slaat acht op de mondelinge vermeerdering van het verzoek. Moet een jong-meerderjarige werken naast haar studie?

Uitspraak

Feiten en procesverloop

De dochter stelt dat haar behoefte overeenkomt met het budget maandbedragen hoger onderwijs die de Informatie Beheer Groep in het kader van de Wet Studiefinanciering heeft vastgesteld voor een thuiswonende student. Dit komt neer op € 546,50 per maand en met ingang van 1 augustus 2010 op € 548 per maand. Het hof is van oordeel dat dit redelijk is. Na aftrek van haar basisbeurs, aanvullende beurs en haar inkomen bij Albert Heijn tot 1 mei 2010, heeft zij nog behoefte aan een bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie van € 99,29 per maand. Ter mondelinge behandeling heeft de dochter haar verzoek in hoger beroep mondeling vermeerderd tot € 250 per maand met ingang van 1 mei 2010 en tot € 164 per maand met ingang van 1 augustus 2010, omdat zij met ingang van 1 mei 2010 is gestopt met haar werk bij Albert Heijn waardoor haar behoefte is toegenomen. De man maakt bezwaar tegen de vermeerdering van het verzoek

Het hof

Het hof slaat wel acht op de vermeerdering, omdat deze samenhangt met een nieuw feit dat pas na het verweerschrift is voorgevallen. Voorts is het verzoek eenduidig en heeft de man verweer gevoerd tegen dat verzoek en tegen de gewijzigde behoefte van de dochter. Bij die stand van zaken oordeelt het hof het niet in strijd is met een goede procesorde om acht te slaan op het mondeling vermeerderde verzoek.

Naar het oordeel van het hof heeft de dochter voldoende aannemelijk gemaakt dat zij met haar werk bij AH moest stoppen, omdat zij meer tijd aan haar studie moest besteden. Anders dan de man stelt kan een jong-meerderjarige niet worden verplicht naast haar studie te werken om daarmee in haar eigen levensonderhoud te voorzien.

Met noot van mr. P. Dorhout

Noot

Kinderen zijn meestal met 18 jaar nog niet klaar met hun studie. De ouders zijn dan verplicht het meerderjarige kind financieel bij te staan, zodanig dat het zijn of haar studie kan voltooien. Kennelijk was het werk bij de supermarkt niet goed te combineren met de studie, zodat van het kind niet gevergd kon worden dat zij daarmee doorging. Door het wegvallen van deze inkomstenbron nam de rechtens relevante behoefte toe. Het is niet netjes om het verzoek in een dergelijk laat stadium en mondeling te doen, maar het hof oordeelde dat de beginselen van hoor- en wederhoor hiermee niet werden geschonden. Bovendien was het proceseconomisch beter om de zaak nu af te doen.

In een soortgelijke zaak (LJN BO4664) oordeelde het hof Amsterdam op 12 oktober 2010 dat het volgen van twee studies, zodat het kind (een man) zijn behoefte niet kon beperken door naast zijn studie te werken geacht werd in zijn eigen levensonderhoud te voorzien. Het betrof hier wel een 21+ kind. Bij 18-21-jarigen wordt de behoeftigheid aangenomen. Na 21 is er nog wel een onderhoudsplicht, maar moet de behoeftigheid wel worden aangetoond.

FaLang translation system by Faboba
  • Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Duo enim genera quae erant, fecit tria. Igitur ne dolorem quidem. Nonne videmus quanta perturbatio rerum omnium consequatur, quanta confusio?
  • Certe, nisi voluptatem tanti aestimaretis. Ut necesse sit omnium rerum, quae natura vigeant, similem esse finem, non eundem. Duo Reges: constructio interrete.
  • Atque hoc loco similitudines eas, quibus illi uti solent, dissimillimas proferebas. Iam id ipsum absurdum, maximum malum neglegi. Cur deinde Metrodori liberos commendas?