Het buurmannenprobleem FJR 2012/97

Reactie op FJR 2012/63

Mr. dr. B.M. Dijksterhuis & mr. drs. N. Vels ‘De mening van alimentatieplichtigen en alimentatiegerechtigden over de berekening van kinderalimentatie’

Mr. dr. B.M. Dijksterhuis & mr. drs. N. Vels ‘De mening van alimentatieplichtigen en alimentatiegerechtigden over de berekening van kinderalimentatie’

Het buurmannenprobleem

Het artikel ‘De mening van alimentatieplichtigen en alimentatiegerechtigden over de berekening van kinderalimentatie’ ( FJR 2012/63 ) heeft als doel bij te dragen aan de discussie over kinderalimentatie. Het betreft een kwantitatief onderzoek naar de mening over het huidige alimentatiestelsel, zo wordt aangekondigd. De onderzoeksvragen zijn dan ook gericht op hoe tevreden alimentatieplichtigen en alimentatiegerechtigden zijn over de manier van vaststelling van de kinderalimentatie. Verder wordt het verband tussen betalingsproblemen en de wijze van vaststelling onderzocht en tot slot komt de vraag aan de orde naar de wenselijkheid van een andere berekeningswijze. Vooral de laatste vraag is opmerkelijk, omdat die suggereert dat er een betere berekeningsmethode bestaat, waarbij zich bij mij de vraag opdringt waarom deze dan niet allang is ingevoerd. Aan het einde van het artikel komt de aap uit de mouw. De onderzoekers pleiten voor een beter, eenvoudiger rekenmodel in de vorm van een formule of een tabel, waarbij justitiabelen hebben aangegeven dat zij een tabel het prettigst zouden vinden. We moeten naar een situatie waarbij de ene buurman tevreden tegen de andere zegt dat hij nu net zo veel voor zijn kinderen betaalt als de andere in dezelfde situatie en beiden dit kunnen berekenen met een tabel. Zonder te veel op de discussie over het initiatief voor een forfaitair stelsel vooruit te willen lopen, wil ik daar toch wel iets over opmerken.

Het huidige model

Het Tremamodel houdt op grond van de wet rekening met enerzijds de behoefte van de alimentatiegerechtigde kinderen en anderzijds met de draagkracht van de alimentatieplichtige ouders. Dit zijn betrekkelijk voor de hand liggende uitgangspunten. Iemand kan en moet niet gedwongen worden meer te betalen dan hij heeft en hoeft niet meer te betalen dan waar behoefte aan is. De behoeftebepaling van de kinderen is in het Tremamodel al voor een groot deel forfaitair (met tabellen). Verder worden veel lasten al forfaitair vastgesteld, zoals de noodzakelijke kosten van levensonderhoud, de eigenaarslasten voor een woning en de omgangskosten. Ook de wet, die bijvoorbeeld bepaalt wie onderhoudsplichtig en wie onderhoudsgerechtigd zijn en in hoeverre de hypotheekrente aftrekbaar is voor de inkomstenbelasting is van belang, evenals de jurisprudentie, die bijvoorbeeld bepaalt in hoeverre van een moeder gevergd kan worden te werken naast de verzorging van de kinderen. Op dit model wordt met name door mensen die er niet dagelijks mee werken kritiek geleverd. Terecht zeggen zij dat het model ingewikkeld is, de uitkomst onvoorspelbaar en voor een leek oncontroleerbaar. De critici voeren aan dat het Tremamodel te ingewikkeld is geworden, waardoor het niet meer goed te hanteren is.

Het ideale model

Waar moet een goed rekenmodel aan voldoen?

Het moet bij voorkeur hanteerbaar zijn voor de justitiabele, zodat die zelf kan uitrekenen hoe hoog de alimentatie wordt. Het moet eerlijk zijn, zodat mensen in dezelfde situatie hetzelfde bedrag betalen of ontvangen. Om eerlijk te zijn zou het ideale model rekening moeten houden met de volgende factoren die van groot belang zijn voor de draagkracht en de behoefte en waar het Tremamodel rekening mee houdt:

1. Aflossing van huwelijkse schulden

Dit komt bijzonder vaak voor. Als met de aflossing van deze schulden geen rekening wordt gehouden, zal de alimentatieplichtige de schulden niet meer kunnen voldoen en zou de deurwaarder bij de alimentatiegerechtigde aankloppen. Iets wat ongewenst is.

2. Een nieuwe partner

Als de alimentatieplichtige een nieuwe partner heeft waar hij mee samenleeft, heeft dat effect op de mogelijkheid om in de kosten van de kinderen te kunnen voorzien. Een stiefouder van de alimentatiegerechtigde ouder is ook alimentatieplichtig. Ouders vinden het uiterst onredelijk als met een nieuwe samenlevende partner van de ander en zijn of haar inkomen geen rekening wordt gehouden.

3. Reiskosten

Als de alimentatieplichtige hoge kosten moet maken voor het contact met de kinderen, bestaat het gevaar dat het contact verloren gaat als met deze kosten geen rekening wordt gehouden. Het recht op kinderalimentatie legt het af tegen het recht op contact met de niet-verzorgende ouder.

4. Andere onderhoudsverplichtingen

Het komt regelmatig voor dat alimentatieplichtigen ook onderhoudsverplichtingen hebben ten opzichte van andere kinderen. Het is niet redelijk om met deze andere verplichtingen geen rekening te houden.

5. Verwervingskosten

Met de kosten die iemand moet maken om een inkomen te verwerven moet rekening worden gehouden. Het kan niet zo zijn dat iemand tijdens de samenleving een betrekking accepteert die meer inkomsten oplevert, maar ook kosten met zich meebrengt, terwijl hij na de samenleving wel alimentatie moet betalen naar rato van de goede betrekking, maar de daarmee gepaard gaande kosten niet meer kan betalen.

6. Woonlasten

De een huurt noodgedwongen een zolder in de Randstad voor € 1000 netto per maand. De ander heeft een eigen huis zonder hypotheek met een tiende van de lasten.

Al de bovenstaande factoren kunnen het verschil uitmaken tussen wel of geen kinderalimentatie. Het is duidelijk dat deze niet zijn te vatten in een formule of een tabel. Het is ook niet zo dat zij niet vaak voorkomen. Het niet rekening houden met een van deze factoren kan niet zonder het principe van draagkracht en behoefte los te laten. De vraag is gerechtvaardigd of het wel zo eenvoudig is om alimentatie te berekenen en of de eisen van hanteerbaarheid door de leek en voorspelbaarheid wel gesteld kunnen worden. Bij de bepaling van de inkomstenbelasting is het ook moeilijk te voorspellen hoe hoog die zal worden, om nog maar te zwijgen over het ingewikkelde systeem van invoerrechten bijvoorbeeld.

Nadelen van een forfaitair systeem

Het idee achter een minimumkinderalimentatie is dat iedere ouder, ook al heeft hij een heel laag inkomen, toch een bedrag aan kinderalimentatie zal moeten voldoen voor ieder kind dat hij heeft. Deze sympathieke gedachte strandt echter bij alimentatieplichtigen met een laag inkomen en/of veel kinderen. Daar komt nog bij dat dit principe indruist tegen de huidige vrijheid van alimentatiegerechtigden om geen verzoek om kinderalimentatie te doen.

Af te zien van kinderalimentatie, een vrijheid waar soms gebruik van wordt gemaakt om de meest uiteenlopende redenen. Ten slotte verdedigen de voorstanders van een forfaitair stelsel hun plannen vaak met het argument dat, afgezien van alle lasten en rekenmethoden, de kinderen niet de dupe mogen worden van de scheiding. Daarbij wordt echter uit het oog verloren dat forfaitaire stelsels, als zij enigszins werkbaar zijn, in het geval er een hoge alimentatie volgens het huidige model berekend zou worden een enorme terugval zouden veroorzaken, en in het geval dat er volgens het huidige model geen alimentatie betaald zou kunnen worden en volgens het forfaitaire systeem wel, deze in veel gevallen oninbaar zal blijken te zijn.

Conclusie

De auteurs van het artikel maken duidelijk dat alimentatieplichtigen en -gerechtigden ontevreden zijn met het huidige stelsel, omdat het niet transparant is, onvoorspelbaar is en dat zij niet zelf kunnen uitrekenen welke bijdrage zij zullen ontvangen of moeten betalen. Zowel de justitiabelen als de onderzoekers gaan er daarbij vanuit dat kinderalimentatie gemakkelijk te berekenen moet zijn door middel van een formule of een tabel, waarbij het bedrag toch redelijk eerlijk blijft. Dit uitgangspunt is naar mijn mening niet juist. Dat de buurman of -vrouw meer of minder moet betalen of ontvangt ligt niet aan het rekenmodel, maar aan de verschillen in omstandigheden, waar buurmannen doorgaans aan voorbijgaan. Als met de bovenstaande factoren geen rekening wordt gehouden, zal de ontevredenheid alleen maar toenemen, zo voorspel ik de onderzoekers. De conclusie van de auteurs dat het rekenmodel snel gewijzigd moet worden deel ik daarom niet.

Mr. P. Dorhout is advocaat te Den Helder en (jurisprudentie)medewerker van FJR.

FaLang translation system by Faboba