De man dient in te teren op zijn vermogen nu de alimentatieplicht nog beperkt van duur is FJR 2012-110

Essentie

Alimentatie; behoefte; de man dient in te teren op zijn vermogen nu de alimentatieplicht nog beperkt van duur is. De vrouw dient met het eindigen van de alimentatiebetalingen nu al rekening te houden.

Uitspraak

Feiten en procesverloop

De man verzoekt de door hem aan de vrouw te betalen partneralimentatie met ingang van 1 januari 2011 op nihil te bepalen. De behoefte van de vrouw aan een bijdrage van – geïndexeerd – € 1.285,50 netto per maand staat als niet bestreden vast. De man van 69 jaar oud stelt dat hij niet langer in staat is om alimentatie ten behoeve van de vrouw te voldoen. Hij voert daartoe aan dat al zijn inkomsten uit arbeid geheel zijn vervallen in verband met zijn pensionering en de overeengekomen afbouw na verkoop van zijn onderneming in 2009. De huidige echtgenote van de man heeft momenteel geen inkomen, zodat de man zijn huidige gezin (vrouw en twee kinderen) moet onderhouden van zijn huidige inkomen, te weten: een pensioenuitkering, een stamrechtuitkering, een AOW-uitkering en (een fictief) inkomen uit vermogen. Voorts stelt de man dat hij ook geen huurinkomsten meer heeft aangezien de huurster die bij hem inwoonde op 18 augustus 2011 is overleden. De vrouw meent dat van hem in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht dat hij inteert op zijn vermogen.

Het hof

Voorzover de man, zoals hij stelt, vanaf zijn pensionering onvoldoende inkomsten heeft om de verschuldigde partneralimentatie te voldoen, is het hof van oordeel dat van hem in redelijkheid kan worden gevergd dat hij inteert op zijn vermogen, mede gelet op de hoogte van de alimentatie en de resterende duur van de alimentatieverplichting (maximaal tot 12 november 2015). Er is in ieder geval voor de man zicht op een einde aan zijn alimentatieverplichting en de vrouw moet er van uitgaan dat de alimentatieverplichting daadwerkelijk op die datum eindigt. De vrouw dient derhalve ver(der)gaande inspanningen te (blijven) verrichten om op termijn (verder) in eigen levensonderhoud te gaan voorzien.

Het hof wijst het verzoek van de man af.

Met noot van

P. Dorhout

Noot

Zie de noot bij FJR 2012/111 .

FaLang translation system by Faboba