• Home
  • Kinderen
  • Gezag en voogdij

Gezag en voogdij

Tijdens een huwelijk hebben ouders het gezamenlijk gezag over de minderjarige kinderen. Vroeger heette dit voogdij. Het wettelijk uitgangspunt is dat ook na de scheiding beide ouders samen het gezag houden. Samen blijven zij bevoegd om belangrijke beslissingen over de kinderen te nemen, zoals de beslissing waar het kind verblijft.

Bij ouders die niet getrouwd zijn, heeft één ouder, meestal de moeder, het gezag. De ouders kunnen bij de rechtbank verzoeken beiden met het gezag belast te worden. Wil de ouder met gezag dit niet, dan kan de ouder zonder gezag in een procedure bij de rechtbank verzoeken om medegezag.

Als ouders gaan scheiden, zijn zij verplicht een ouderschapsplan op te maken. In dat plan moet worden aangegeven waar de kinderen zullen verblijven op welke dagen. Het is niet meer zo dat kinderen automatisch bij de moeder blijven en dat de kinderen de vader om de week een weekend bezoeken. Het gaat erom welke regeling het beste is voor de kinderen. Dat is onder meer afhankelijk van hun leeftijd, van de tijd die de ouders ieder aan de opvoeding en verzorging kunnen besteden en van de afstand waarop de ouders van elkaar wonen.

Over de verblijfplaats van de kinderen en over andere beslissingen ten aanzien van de kinderen kunnen geschillen ontstaan tussen de ouders die zijzelf niet meer kunnen oplossen. Dan kan het noodzakelijk zijn om een advocaat te raadplegen. Deze kan soms in samenspraak met de advocaat van de andere ouder een oplossing bedenken waarbij de ouders mee kunnen leven. In andere gevallen liggen de standpunten van de ouders zo ver uiteen dat de rechter de knoop zal moeten doorhakken.

FaLang translation system by Faboba
  • Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Duo enim genera quae erant, fecit tria. Igitur ne dolorem quidem. Nonne videmus quanta perturbatio rerum omnium consequatur, quanta confusio?
  • Certe, nisi voluptatem tanti aestimaretis. Ut necesse sit omnium rerum, quae natura vigeant, similem esse finem, non eundem. Duo Reges: constructio interrete.
  • Atque hoc loco similitudines eas, quibus illi uti solent, dissimillimas proferebas. Iam id ipsum absurdum, maximum malum neglegi. Cur deinde Metrodori liberos commendas?