Gebruiksvergoeding voor het gebruik van de echtelijke woning FJR 2011-128

Essentie

Echtscheiding, gebruiksvergoeding voor het gebruik van de echtelijke woning, alleen mogelijk als het uitsluitend gebruik van de woning is toegekend aan een der partijen

Uitspraak

Feiten en procesverloop

Bij de echtscheidingsbeschikking is bepaald dat de man aan de vrouw als vergoeding voor het gebruik van de echtelijke woning een bedrag van € 91,44 per maand moet voldoen vanaf het moment dat de man alleen het genot van de woning heeft c.q. de vrouw de woning heeft verlaten. De behandeling van de zaak ten aanzien van de uitkering tot levensonderhoud en de verdeling van de gemeenschap is aangehouden.

De man stelt in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte heeft bepaald dat hij aan de vrouw een vergoeding dient te voldoen voor het gebruik van de echtelijke woning van € 91,44 per maand, vanaf het moment dat de man alleen het genot van de woning heeft c.q. de vrouw de echtelijke woning heeft verlaten. De man stelt dat er geen grond is voor een dergelijke vergoeding. Doordat de vrouw er zelf voor heeft gekozen de echtelijke woning te verlaten, zonder dat een rechter heeft bepaald dat zij dit moest doen, kan niet worden gesteld dat zij enig nadeel lijdt door het gebruik van de echtelijke woning door de man. Temeer niet nu de man, vanaf het moment dat de vrouw de echtelijke woning verliet, alle kosten die betrekking hebben op de woning betaalt. Voor zover grond bestaat voor het bepalen van een gebruikersvergoeding, dient een lager bedrag te worden bepaald. Ten slotte verzoekt de man te bepalen dat de vrouw meewerkt aan de verkoop van de woning.

Hof

De vergoeding als bedoeld in art. 1:165 lid 1 BW moet worden geacht te strekken ter compensatie van het gemis van gebruik en genot van de echtelijke woning, welke aan beide echtgenoten in gelijke mate toekomen, maar welke een der echtgenoten als gevolg van de door de rechter getroffen voorziening onthouden wordt. Het hof stelt vast dat geen van partijen het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning heeft gevorderd. Partijen zijn derhalve gelijkelijk gerechtigd tot het gebruik van de echtelijke woning, zodat het hof geen reden aanwezig oordeelt om een vergoeding voor het gebruik van de echtelijke woning toe te wijzen. Het hof wijst het daartoe strekkende verzoek van de vrouw in eerste aanleg alsnog af en acht het redelijk te bepalen dat de vrouw de door haar ten onrechte ontvangen bedragen aan de man dient terug te betalen indien de betaling heeft plaatsgevonden na datum ontbinding van de huwelijksgoederengemeenschap.

Met noot van

P. Dorhout

Noot

Bij de meeste echtscheidingen is er sprake van alimentatieverplichtingen. In dat geval heeft het weinig zin om een gebruiksvergoeding vast te stellen voor het gebruik van de onverdeelde helft van de echtelijke woning, die in gebruik is bij de andere echtgenoot. Als deze in een dergelijk geval zou worden betaald, stijgt de draagkracht en de behoefte van de andere echtgenoot, zodat de alimentatieverplichting hoger komt te liggen. Dan levert de vaststelling van een gebruiksvergoeding per saldo niets op.

Ook als de ene echtgenoot de gezamenlijke woning bewoont en er geen sprake is van een alimentatieverplichting, dan betaalt meestal de echtgenoot die in de woning woont ook de lasten daarvan. Een praktische oplossing is dan om de hoogte van de gebruiksvergoeding vast te stellen op de helft van de lasten van de woning, zodat die twee tegen elkaar kunnen worden weggestreept.

Als er echter geen alimentatieverplichting is en de echtgenoot die niet in de woning woont, alle lasten daarvan betaalt, is er wel degelijk reden om een gebruiksvergoeding vast te stellen. Het hof koppelt in deze uitspraak de mogelijkheid tot het vaststellen van een gebruiksvergoeding aan een rechterlijke beslissing waarin de ene echtgenoot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning wordt gegeven. Dat lijkt mij een te beperkte opvatting. Het Hof ‘s-Gravenhage heeft weliswaar in zijn beschikking van 24 november 1983, NJ 1984/502 , beslist dat er geen andere rechtsgrond voor aanwezig is. Het achterliggende idee is dat zolang er geen uitspraak van de rechter is waarin een van de echtgenoten het uitsluitende gebruik van de woning toegekend wordt, beide partijen gelijkelijk gebruik mogen maken van die woning. Dat is een stelling die niet realistisch is. Het kan niet van de ene echtgenoot worden gevergd dat zij of hij te allen tijde toestaat dat de andere echtgenoot gebruik maakt van de woning. Dit zou al snel huisvredebreuk opleveren. In de praktijk maakt slechts een van de echtgenoten gebruik van de woning en mag de ander die niet meer betreden. Vanuit dat standpunt zou mijns inziens beoordeeld moeten worden of er grond is voor een gebruiksvergoeding.

FaLang translation system by Faboba

De vrouw leert haten naar de mate waarin zij verleert te betoveren.

by Pieter Dorhout